
Voorpublicatie uit ‘Essentiele Stukken’
Verhaal bij Prelude No. 10, Op. 34 – Jascha Heifetz, Emanuel Bay
Scheppende arbeid
Op 9 augustus 1975 overlijdt Dmitri Sjostakovitsj op achtenzestigjarige leeftijd in het ziekenhuis in Moskou. Hij wordt ter plekke begraven op de Novodevichy-begraafplaats, waar enkelen van de meest gerespecteerde denkers en kunstenaars van Rusland liggen. De begrafenis wordt door de staat goedgekeurd, maar is relatief bescheiden in vergelijking met die van belangrijke politieke figuren. Toch zijn er een hoop collega’s uit de artistieke en culturele wereld die hun laatste respect betuigen aan de man die de geschiedenis in is gegaan als een van de grootste Russische componisten aller tijden.
Prelude No. 10, Op. 34 – Jascha Heifetz, Emanuel Bay
Tussen 1932 en 1933 schrijft Sjostakovitsj zijn 24 Preludes, Op. 34 voor solo piano. Hij toont daarin een buitengewoon scala aan emoties. Sommige stukken zijn lyrisch en melancholisch, andere bijtend, grotesk, virtuoos of humoristisch. Maar er is er één die er voor mij uitspringt en dat is Prelude No. 10. Dat zit zo, als klein kind was er vroeger bij mij thuis nagenoeg maar één violist naar wie geluisterd werd: Jascha Heifetz. En Heifetz had specifiek de Prelude No. 10 gekozen om te bewerken voor viool en piano met goedkeuring van Sjostakovitsj zelf. Mijn vader hield van Heifetz, dus ik ook. Heifetz was God en ik leerde de meeste componisten en muziek kennen via deze violist. Het kenbaar maken aan liefhebbers van Heifetz dat hij sommige componisten (onder wie Bach) eigenlijk helemaal niet zo goed of correct uitvoerde was ronduit blasfemie.
Heifetz was al lang en breed een fenomeen in het Westen en met de ogenschijnlijk eenvoudige Prelude liet hij zijn publiek kennismaken met een andere kant van Sjostakovitsj. Maar wist ik veel dat ik naar díe componist aan het luisteren was; daar kwam ik pas veel later achter. Toen mijn vader in 2007 was overleden kwam Ron Ephrat, een van zijn beste vrienden en voormalig solo-altist van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, op bezoek. Hij had een dubbel-cd van Heifetz voor mij meegenomen met zogeheten ‘showpieces’, korte stukjes die virtuositeit, klankpracht en spectaculaire effecten tonen. Kortom, een cd bomvol nostalgie, omdat ik als klein kind vaak tot diep in de nacht met mijn vader en Ron zat te luisteren naar precies deze stukjes, toen op cassette of vinyl. Zij allebei met een fles whisky, ik met een paar speelgoedautootjes.
Met name de Prelude No. 10 is voor mij zo aangrijpend, omdat er een sluimerende liefde en ironie in schuilgaat, precies zoals ik mijn vader op zijn goede momenten herinner. Mijn vader was zoals gezegd een zware alcoholist, en een man die zijn emoties moeilijk kon uiten. Onze relatie ging gepaard met een ongelooflijke hoeveelheid ruzie en frustratie, maar onderhuids was er veel liefde en respect via de muziek. Ik had respect voor hoe slim mijn vader was en wat hij mij bewust en onbewust heeft geleerd. Dat ik kan genieten van al het moois in het leven zoals kunst in het algemeen, klassieke muziek, culinair eten en een goed gevoel voor humor, heb ik aan hem te danken. Daar staat tegenover dat het – zacht uitgedrukt – ingewikkeld was om bij hem in de buurt te zijn, hij was immers ziek. Zijn leven vóór mijn moeder kent een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden en dat bracht de meest donkere kant in hem naar boven, een keerzijde die mijn oudere halfzus Mirjam van Biemen genadeloos blootlegt in haar boek ‘Mama wil weg’. Maar gelukkig had mijn vader ook een mooie kant – een leuke en gezellige kant. Mijn moeder wist donders goed hoe ze specifiek die kant tevoorschijn kon toveren en ik geloof dan ook dat zij op hun manier een geweldig leven samen hebben gehad. (Althans, voor zover je een prettig leven kunt hebben met een alcoholist die ook nog eens behoorlijk narcistische trekjes had. Er zijn maar weinig mensen die weten hoe je met zo iemand om moet gaan.) Telkens wanneer ik naar de Prelude No. 10 luister, word ik overvallen door een gevoel van intense melancholie. Ik mis mijn vader. Ik mis zijn scherpe kritiek, zijn guitige ogen, zijn brede lach, zijn kennis en zijn warme, dikke handen waarmee hij over mijn bol aaide. Ik mis Wybo van Biemen, een bijzondere, maar moeilijke man.
over Marc Daniel van Biemen
Marc Daniel van Biemen is eerste violist bij het Concertgebouworkest. Daarnaast is hij aanvoerder van Camerata RCO ( hij speelt daarom bijna elk jaar -in kersttrui- tijdens ons Kerstconcert op 24 december) en is eerste violist van het Alma Quartet. Hij kookt de sterren van de hemel, fotografeert met zijn leica tijdens alle tournees van het Concertgebouworkest en schrijft. In 2023 debuteerde hij met Violist, dat lovend werd ontvangen.
‘Essentiële Stukken’ verschijnt bij Uitgeverij Tomas Rap.
Meer verhalen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke twee weken een nieuw verhaal in je inboxje.
Voor onderweg, in bed of op de fiets: de verhalen hoor je nu ook in onze podcast.