10 vragen voor Ramon van Engelenhoven

Door 24classics

Pianist Ramon van Engelenhoven is solist bij Klassiek in het Zwembad 2024. Zoals voor veel klassieke muzikanten is de zomer ook voor Ramon helemaal geen periode om uit te rusten en te luieren. Deze maand moet hij flink aan de bak met een groot concert in de openlucht en met Camerata RCO.. Dus als Ramon aan de rand van het zwembad verschijnt, is hij helemaal in vorm.
Wij stelden hem 10 vragen om hem alvast wat beter te leren kennen.

Martin_Kohlstedt_24classics

4. Even over de titels van je nummers, hoe zit dat met die 3-lettercombinaties in hoofdletters?
Hierover zijn twee versies van uitleg mogelijk: de korte en de lange. Ik geef je de korte, want bij de lange hebben we twee flessen rode wijn nodig. Dus in het kort: het gaat erom dat ik niet de illusie heb dat ik als 35-jarige componist iets definitiefs, iets absoluuts kan zeggen over het leven. Niemand kan dit, wel te verstaan. In die lijn zijn ook al mijn composities werk in uitvoering, niets is ooit helemaal voltooid. Er is geen conclusie over wat mijn werk inhoudt of betekent. Die interpretatie mogen mensen er zelf aan geven. Daarom vind ik het heel belangrijk dat ik met een titel niet teveel richting geef, geen stempel druk op datgene wat ik naar buiten breng. De titels van mijn nummers en ook van de albums houd ik bewust cryptisch, waarmee ik de luisteraar de ruimte wil geven om zijn of haar eigen conclusies te trekken, een eigen beeld te vormen, een eigen narratief te ontwikkelen. En zo, geheel vrij van kaders en richtlijnen, de muziek op hun eigen manier en vanuit eigen perspectief te kunnen beleven.

Als kleine jongen bood de piano mij kalmte in een wereld die draaide om prestatiedruk op school en in sport. Ik speelde toen al voor mijzelf, zonder het doel om muziek te maken. Het aanslaan van wat akkoorden bracht mij in een meditatieve staat. Wanneer ik nu, als volwassene, het podium opga, heb ik ook nooit het idee dat ik daar zit voor de mensen. Daarom zit ik ook met mijn rug naar het publiek. Ik duik in de muziek, en het is een heerlijk gevoel dat mensen mij achterna willen duiken en kunnen genieten van wat ik maak. Ik heb dit nooit als doel nagestreefd. Maar als ik er al iets mee wil bereiken, is het alleen dat men zich vrij voelen om hun eigen duik te nemen en zo in contact komen met hun eigen gevoel.

5. Je bent geschoold als jazzpianist en mixt klassieke muziek met elektronische instrumentatie. Als ik de platenzaak binnenloop en vraag om je nieuwe album, in welk genre vind ik dat dan?
In ieder land waar ik ben geweest is er weer een ander idee over wat ik doe. In Rusland bijvoorbeeld zag men mij graag als een moderne Mozart, een hedendaagse versie van het oude elitaire beeld dat bestaat van klassieke musici en componisten. ‘De nieuwe generatie’ achter de piano. In het Verenigd Koninkrijk was ik de ‘jazz cat’’ en speelde ik in rokerige kroegen in Glasgow en Londen. En in Italië werd er weer meer gekeken naar mijn muziek als live elektronische act. Als we samen in die Amsterdamse platenzaak zijn, kun je me misschien helpen een mooi label te vinden, iets in de trant van “klassiek-moderne-intuïtief-met elektronische invloeden”.
Ik vind het juist leuk dat mijn muziek niet in een hokje te plaatsen is. Het past goed bij het fluïde concept en bij wat ik wil overbrengen, of juist niet wil overbrengen. Net als met die titels wil ik mensen de ruimte laten om hun eigen ideeën te vormen.

6. Sommige van jouw composities (zoals de samenwerkingen met Alex Hoevelmann en Christian Löffler) klinken vrij clubby, terwijl andere (bijvoorbeeld je soloalbums Nacht uit 2014 en Strom uit 2017) niet zouden misstaan onder een zen-meditatie. Waar ben je op vrijdagavond te vinden, in de club of op de yogamat?
Nu, na die akelige pandemie en met de lente voor de deur: in de club. Het voelt als een perfecte tijd om weer eens helemaal op te gaan in die muziek, de intensiteit te voelen, en waar ervaar je dat gevoel beter dan in de club op maximaal volume met gelijkgestemden om je heen? Mijn nieuwe album vraagt ook echt om die expressie, het wil naar buiten, onder de mensen beleefd worden. Voor mij is het heel afhankelijk van de muziek hoe die het beste ervaren kan worden. Al mijn muziekstukken zijn kleine wezentjes, met een naam en een persoonlijkheid. Soms zijn ze gek en extravert, soms zijn ze klein en stil. En het is maar net hoe je ze benadert, het stilste stuk kan soms het luidst klinken, afhankelijk van wie er luistert.

7. Zoals we kunnen zien aan alle verschillende samenwerkingen die je bent aangegaan, ben je superveelzijdig. Welke samenwerking is je het meest bijgebleven en waarom?
Dat moet die met singer-songwriter Douglas Dare zijn geweest, alweer wat langer geleden. Ik ontmoette hem voor het eerst op een klein festival in Duitsland. Ik lag op de vloer van het kerkgebouw waar hij a capella een lied zong en het raakte me enorm. Zijn stemgeluid was zo uniek. We raakten aan de praat en hij bleek te weten wie ik was, wat ik een enorme eer vond. Toen we later bij mij thuis aan een nummer gingen werken, ging dit heel intuïtief. Hij nam simpelweg mijn stuk EXA en bracht daarbij als vanzelf een tekst onder woorden. Het was anders dan gewoon een remix maken, we volgden elkaar zo natuurlijk en door de manier waarop zijn zang en mijn spel in elkaar klikten leek het alsof het stuk wel duizend jaar oud was, zo vertrouwd voelde het.
Klik hier om de uitvoering van EXA samen met Douglas Dare te beluisteren.

8. Tien jaar geleden kwam jouw eerste soloalbum uit. Hoe verhoudt FELD zich tot jouw eerdere werk?
Wat de soloalbums betreft heb ik altijd met dualismen gewerkt. Twee albums die elkaar opvolgen en aanvullen, vervolmaken, zonder de pretentie om ooit ‘af’ te zijn. De eerste twee waren Tag (2012) en Nacht (2014). Daarna volgden Strom (2017) en Ströme (2019). Strom is een ingetogen album, waar Ströme juist barst van de expressie. Na FLUR (2020) volgt nu FELD om samen de derde albumcyclus te vormen. FLUR is opgezet als een gang, van waaruit allerlei kamerdeuren open kunnen gaan. FELD is een beeld van de natuur, dat geen einde nodig heeft. Al deze duo-albums zijn verbonden en de stukken erop zijn altijd in beweging, als kleine modules die multi-inzetbaar zijn. Het gaat om het contrast tussen twee zijden. FELD is tot nu toe het meest intuïtieve album dat ik heb gemaakt, maar ik ga altijd intuïtief te werk. Ik doe een psychedelische sessie van twintig minuten op mijn instrument en probeer daarin dan de essentie te vinden. Daaruit vloeit uiteindelijk een nummer van slechts een paar minuten, waarin ik compleet eerlijk ben. Ik zie de nummers als foto’s, momentopnames van de muzikale reis die ik maak. Die breng ik uit, zodat ik aan de hand van het fotoalbum kan terugblikken op die nog immer voortgaande reis.

9. Wie is jouw held?
Mijn grootvader, Lothar. Niet omdat ik het eens ben met al zijn ideeën – hij is best conservatief-  maar omdat hij altijd doet voordat hij denkt. Hij is een echte ‘maker’, hij onderneemt actie. Het boomplantproject is ook door hem geïnspireerd: in plaats van te gaan zitten zeuren over klimaatverandering, kun je ook iets doen, dat echt effectief is bewezen in de strijd daartegen. Mijn grootvader verspilt geen energie aan het incalculeren van de volgende stap, hij zet de stap gewoon. Soms zou je wel eens willen dat er misschien één gedachte vooraf ging aan een actie, maar de manier waarop hij intuïtief te werk gaat, vind ik enorm inspirerend. Hij heeft geen filter. Hij steekt letterlijk de handen uit de mouwen en gaat  binnenkort ook weer helpen met bomen planten.

10. Als je geen muziek zou maken, wat zou je dan doen?
Ik ben altijd heel geïnteresseerd geweest in de wereld van programmeren. Ik heb Media Art & Design gestudeerd aan de Bauhaus University. Als ik tijd zou hebben, zou ik daar mijn master afmaken. Ik zou meer AI-muziek maken, zoals de installatie die ik maakte voor het Burning Man festival in 2019. Dit was een zelflerende machine, die willekeurige invoer kon omzetten in allerlei soorten muziek: een koor, een perfect gepitchte toon. Zo’n machine is een heel rationele poging om intuïtie te vangen, wat niet mogelijk is, en juist dat maakt het zo intrigerend. Dat wat je programmeert, kan uiteindelijk slimmer worden dan jijzelf, en zich eindeloos blijven ontwikkelen. Precies zoals ik dat voel met mijn muziek, is AI iets dat nooit af is, en altijd in beweging. En net als mijn muziek werd mijn Burning Man installatie een eigen wezen, met een eigen naam en een eigen persoonlijkheid. Ze was bijna menselijk. Het lijkt me fantastisch om me vaker te begeven op dat raakvlak tussen mens en machine. Nu alleen nog de tijd ervoor vinden…

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

meer dan 120 mensen
gingen je voor!