Aart Strootman en de Plastic Soup Surfer

Door Maartje Goes

Op 9, 10 en 11 september presenteert Festival Classique Sound Bites in de Fokker Terminal Den Haag. Het programma is een preview op het festival van volgend jaar met gevestigde namen en aanstormend toptalent, gevolgd door een Sunset Night Jam-sessie.

Één van de previews is een compositie van Aart Strootman, uitgevoerd door Slagwerk Den Haag. Het stuk is geïnspireerd op de acties van de Plastic Soup Surfer Merijn Tinga. Afgelopen week sprak ik met Aart om erachter te komen op welke manier een compositie nou echt kan bijdragen aan de bewustwording van zwerfplastic in zeeën en oceanen.

‘Ik bouw vaak de instrumenten voor de uitvoerders van mijn muziek’

Van origine is Aart gitarist. Hij heeft klassiek gitaar gestudeerd en is zich op een gegeven moment gaan toeleggen op elektrische gitaar waardoor hij veel nieuwe muziek ontdekte. ‘Toen ik klaar was met mijn klassiek gitaar opleiding ben ik een half jaar in Amerika geweest waar de praktijk om een elektrische gitaar in kamermuziek te gebruiken iets gebruikelijker was dan in Nederland. Mijn docenten daar zeiden dat ik veel moest gaan samenwerken met componisten en moest zorgen dat er nieuwe stukken zouden komen, zodat het instrument vanzelf ook een grotere rol zou gaan spelen.’ Dat klinkt als een waterdicht plan.

In deze tijd studeerde Aart ook muziekwetenschap en was hij veel bezig met het oprekken van het speelveld van de muziek, vooral richting de hedendaagse muziek. In de samenwerkingen met componisten was de elektrische gitaar vaak een vreemde eend in de bijt. Veel componisten kennen het instrument vanuit de pop en rockmuziek, maar weten bijvoorbeeld niet hoe je ervoor schrijft in een klassieke context of hoe het geluid mengt met strijkers. ‘Ik bevond me steeds vaker half op de stoel van uitvoerder en half op de stoel van componist. Ik dacht veel mee met de componisten over hoe ze iets het beste konden opschrijven of over wat de mogelijkheden waren. Op een gegeven moment was het toen nog maar een kleine stap om zelf ook te gaan schrijven. Voor elektrisch gitaar, maar ook voor andere instrumenten. Zo ben ik eigenlijk het compositie vak ingerold.’

Toen Aart zelf gitaar speelde, bouwde en verbouwde hij geregeld zijn eigen instrumenten om aan de wensen van componisten te voldoen. ‘Dat is iets wat ik nog steeds doe, maar dan niet meer vanuit de rol als gitarist, maar vanuit de rol als componist. Ik bouw vaak de instrumenten voor de uitvoerders van mijn eigen muziek en dat levert hele interessante samenwerkingen op!’

‘Het is bijna een en al natuur en een lugubere samenkomst met plastic’

Ik had zelf al vaak van de plastic soep gehoord, het zwerfplastic in zeeën en oceanen, maar van de Plastic Soup Surfer had ik nog niet eerder gehoord. Aart vertelt mij dat deze surfer Merijn Tinga is, van oorsprong bioloog met een latere carrière als kunstenaar. Merijn Tinga heeft als overkoepelend doel dat we bewuster worden over het plastic probleem in de wereld en hij heeft een artistieke aanvliegroute gekozen om dit probleem aan de kaak te stellen. Hij heeft onder andere een goed functionerend surfboard gebouwd van plastic afval en is daarmee over de Rijn gaan peddelen. ‘Hij heeft in een documentaire heel mooi in beeld gebracht dat plastic in de Rijn een groot probleem is. We kennen natuurlijk allemaal wel de volgestroomde stranden, maar ook dichtbij huis is dit een probleem.’ De documentaire gaat niet alleen over Merijn Tinga die de rivier over gaat, maar deze beelden zijn versneden met momenten waarop Merijn naar belanghebbende figuren gaat om het probleem aan te kaarten.’

‘Het is een hele mooie documentaire en Marieke Hopman, artistiek leider van Festival Classique, had het idee om vanuit een gelijkwaardig vertrekpunt een nieuwe soundtrack te gaan maken voor de documentaire. De nieuwe compositie is primair, maar we mogen wel gebruik maken van de beelden en vertellen dus op een meer muzikale manier dit verhaal nog eens.’ Tijdens de compositie zullen er beelden van de documentaire te zien zijn. Er is een video editor bezig om bij de compositie van Aart de film te versnijden zou je kunnen zeggen. ‘Het zijn heel erg mooie beelden. Het is bijna een en al natuur en een lugubere samenkomst met plastic, maar dat hebben ze heel mooi in beeld gebracht. We hebben de interviews van Merijn met de hooggeplaatste functionarissen over dit probleem eruit gesneden en wat je dan overhoudt zijn heel poëtische beelden die zelf al een verhaal vertellen. Ik heb geprobeerd om die poëzie ook in m’n compositie te vatten.’

‘Er zit een steigerpijp in en een hele hoop kroonkurken’

In juni 2022 is de volledige versie van Festival Classique en dan wordt ook de volledige versie van deze compositie gespeeld. Aart verzekert mij ervan dat dit nog maar het tipje van de sluier is! De compositie wordt volgend jaar minimaal twee keer zo lang en omvangrijk. De andere helft moet nog geschreven worden. In de uiteindelijke versie zullen er ook weer veel zelfgebouwde instrumenten zijn die een rol spelen. Nu maakt Aart nog gebruik van de instrumenten van de musici van Slagwerk Den Haag zelf. ‘Er zitten wel al wat rariteiten in. Er zit een steigerpijp in en een hele hoop kroonkurken. Op deze manier zoek ik ook inhoudelijk een aansluiting op het thema van de documentaire. De ambitie is om volgend jaar alle instrumenten zelf te bouwen. Qua kwaliteit zullen ze dichtbij de instrumenten komen waar ik nu mee werk. Ik schrijf nu bijvoorbeeld voor marimba, vibrafoon en klokkenspel en ik wil komend jaar gaan onderzoeken of ik de stemming van die instrumenten kan aanpassen. Om de stemming van een vibrafoon aan te passen moet je gaan vijlen en zagen in de toetsen en daar zullen de musici niet blij mee zijn. Het is dus aan te raden om dan met nieuwe instrumenten te komen die ze in principe kunnen spelen als ware het hun eigen vibrafoons, maar dan op maat gemaakt voor deze compositie.’

Aart is heel blij dat hij de mogelijkheid krijgt deze preview te doen. Het is iets wat zelden gebeurt in een compositieproces omdat het stuk normaal pas gepresenteerd wordt als het af is. ‘Ik ben heel erkentelijk dat het festival er op deze manier voor heeft gekozen te laten zien wat er uiteindelijk gaat gebeuren. Het is een artistieke keuze waar ik heel erg blij mee ben en op deze manier heb ik het echt kunnen gebruiken als een vooronderzoek.’

‘Een compositie schrijven is een instrument bouwen’

Ik vraag Aart op welke manier hij bezig is met de thematiek van de documentaire ten opzichte van zijn compositie. Hij vertelt mij dat hij een paar jaar geleden een marimba heeft gebouwd bestaande uit meer die driehonderd toetsen. Een soort gigantische muur van acht meter lang waarop meerdere slagwerkers moesten spelen. ‘Terwijl ik daar mee bezig was bedacht ik me dat ik wel driehonderd toetsen kan maken, maar dat dat ook betekent dat er driehonderd stukjes hardhout moeten worden gezaagd om een nieuw instrument te bouwen. Daar zitten natuurlijk wel wat ethische vraagstukken aan. Als je boeken over instrumentenbouw leest uit de jaren 50 en 60 raden ze aan om tropisch hardhout te gebruiken, specifiek Braziliaanse palissander, een houtsoort die nagenoeg niet meer bestaat. Tegenwoordig is dit hout zo zeldzaam dat je ongeveer even strafbaar bent als wanneer je je zaag in ivoor zou zetten. Blijkbaar was de moraal toen dat je uit de natuur kon halen wat je nodig had en er iets van kon maken, maar ook in de instrumentenbouw hebben we nu dus te maken met een probleem. Die bomen groeien namelijk heel langzaam en je kunt ze niet zomaar blijven kappen omdat het wel even duurt voordat ze weer terug komen. Toen ik met dat instrument bezig was begon ik me dus af te vragen of ik niet een ander soort materiaal moest gaan gebruiken, bijvoorbeeld kunststof in plaats van hout. Uiteindelijk heb ik wel hout gebruikt, maar een Europese variant die veel sneller groeit en ook goed klinkt, maar dat zijn wel vraagstukken waar ik me als instrumentenbouwer mee bezig houdt en in die zin ook als componist.’

Instrumenten waarvoor componisten schrijven zijn vaak ontwikkeld in een periode nog ver voor de jaren 50 en 70, in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Toen was de moraal nog weer heel anders. Als componist stelt Aart zichzelf dan ook vaak de vraag of het wel zo ideaal is om voor deze instrumenten te blijven schrijven? ‘Misschien moeten we op zoek naar ander soort instrumenten. Dat is natuurlijk lastig omdat er conservatoria vol zijn die mensen opleiden in instrumenten die we kennen en er zijn ook prachtige symfonieën geschreven voor orkesten met een standaard bezetting, maar de instrumenten zijn ook al behoorlijk uitgenut. Veel van de stukken die zijn geschreven laten al het maximale horen dat er uit die instrumenten gehaald kan worden.’ 

Het experiment dat Aart aangaat met zijn compositieproces lijkt wel inherent te zijn aan een avontuurlijke attitude van spelen. De musici moeten bereid zijn een nieuw instrument te leren bespelen en een onderzoek aan te gaan wat je met het instrument allemaal kan. ‘Ik presenteer het een beetje alsof ik in mijn proces gelijk met 1-0 achtersta, maar de praktijk leert juist dat het tegenovergestelde waar is. Vaak ga ik in een soort gezamenlijkheid met de uitvoerder op zoek naar wat er met een nieuw instrument allemaal kan en dat levert een heel spontaan en sociaal creatieproces op dat ik eigenlijk veel interessanter vind dan wanneer ik op mijn zolderkamer achter 5 lege lijnen ga zitten om iets te schrijven. Ik denk dat er mogelijkheden zijn om het roer radicaal om te gooien en iedere compositie die ik schrijf is daar een klein hoofdstukje in.’

‘Er is een aantal componisten geweest in de twintigste eeuw, en Helmut Lachenmann is daar een bekend voorbeeld van, die zeiden: een compositie schrijven is een instrument bouwen. Je moet een instrument eigenlijk helemaal in een andere context zetten en dan pas kun je op zoek gaan naar wat er nog mogelijk is. Dat is een beetje een modernistische insteek en dat is niet perse aan de hand in mijn muziek, maar die rolverdeling tussen uitvoerder en componist vervaagt wel. Er is daarnaast ook een derde rol. Het is niet meer de componist en de uitvoerder met een vast instrument, maar het instrument is ook een flexibele schil geworden. Er ontstaat eigenlijk een driehoek tussen uitvoerder, componist en instrumentenbouwer waarbinnen de grenzen vervagen. Ik vind dat een heel interessant soort exploreren. Je weet van te voren niet altijd wat er uitkomt, maar het is wel heel spannend!’

‘Op het moment dat je iets nieuws maakt, maak je bijna per definitie ook iets kapot’

De instrumenten die Aart ontwikkeld variëren van instrumenten die echt nog nooit iemand gezien heeft tot aan een kleinere of grotere versie van een bestaand instrument of bijvoorbeeld het gebruik van een andere stemming. In het geval van deze compositie is Aart op zoek gegaan naar wat hij met metalen zou kunnen doen. ‘Ik had ervoor kunnen kiezen om alle instrumenten te bouwen van afval, daar ben ik ook wel mee bezig geweest. Ik heb uiteindelijk besloten om een deel van de instrumenten te bouwen zoals ze zijn, maar gebruikmakend van een ander stemming, en een deel van het instrumentarium te bouwen op basis van afval. Daarvan zijn de kroonkurken dus een belangrijke component. Het was erg leuk dat ik bij kroegen moest gaan vragen of ze nog kroonkurken over hadden, zodat ik er een instrument van kon bouwen. Dat leverde hele leuke gesprekken op. Na een tijdje had ik vijf kilo kroonkurken verzameld en kon ik aan de slag!’

Hoe de muziek klinkt moeten we natuurlijk gaan beleven tijdens Sound Bites, maar Aart omschrijft dat de compositie deels een geraffineerde soundtrack is, maar niet perse is ingestoken als filmmuziek. Ook noemt hij de muziek vrij repetitief en minimaal. ‘Zelf heb ik als uitvoerder veel die hard minimal music gespeeld. Mijn gitaar recitals zaten altijd vol met Philip Glass, Steve Reich en de minimalisten van nu zoals David Lang. Op het moment dat je zelf gaat schrijven krijgt dat natuurlijk ook een rol. Ook zit er aan deze compositie, zonder het heel technisch te willen maken, een soort muziektheoretisch onderzoek vast. Als je start met de kroonkurken en de kwaliteit die daar inzit, kun je dat dan combineren met bijvoorbeeld de vibrafoon en wat heeft dat nodig? Ze hebben bij slagwerk Den Haag een gigantische verzameling aan slagwerkinstrumenten, maar ik ben gaan nadenken hoe ik het geluid van de kroonkurken langzaam kan laten afdalen naar de vibrafoon. Via extreem hoge klokkenspellen breng ik de muziek naar een register dat hoorbaar is. Dat is één van de onderzoeken waar ik mee bezig ben geweest.’

Tot slot komt Aart terug op de thematiek van het stuk en de compositie. ‘Eigenlijk is de bottom line, en dat is niet alleen bij dit stuk zo, maar ook in het algemeen, dat op het moment dat je iets nieuws maakt je bijna per definitie ook iets kapot maakt. Dat klinkt heel zwaarmoedig, maar als je bijvoorbeeld naar een reguliere orkest uitvoering gaat denk je waarschijnlijk: daar gaat de wereld niet kapot aan. Maar het publiek moet daar komen, het orkest moet daar komen, iedereen stapt in de auto. Je kan er in principe vanuit gaan dat hoe wij ons nu als mensheid bewegen en hoe wij omgaan met de wereld  we per definitie ook een klein stukje afbreken. Dat is niet erg, mits je je daar heel erg bewust van bent en je ook nadenkt of en hoe het eventueel anders kan.’ Zoals Aart eerder aan me vertelde was de moraal in de jaren 60 heel anders. Als er toen ergens een tropische boom op een eiland stond waar de mens nog nooit geweest was, dan bestond die boom eigenlijk niet. Dat is een hele antropocentrische benadering. Als wij die boom nog nooit hebben gezien, dan kunnen we hem eigenlijk vergeten. ‘Ik denk dat we inmiddels wel op een punt zijn dat we dat niet meer zo makkelijk zeggen en dat we ons ervan bewust zijn dat er meer is dan de mens alleen. Dat is denk ik een hele belangrijke kentering en dat kun je muzikaal gezien ook verder doorvoeren. Ik ben nieuwsgierig waar het naartoe gaat, maar ik haak graag aan bij die bewustwording en ik denk daar inhoudelijk ook graag over na in mijn compositie.’

Benieuwd naar de nieuwe compositie van Aart? Kijk hier voor meer informatie en tickets. Op 9 september is Sound Bites toegankelijk voor 24classics vrienden.

Foto door: Dries Alkemade

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

120 mensen
gingen je voor!
(en 1 konijn)