Bruckner afgestoft in het Muziekgebouw

Door Stijn Voet

Op 8, 9 en 10 november vindt er in het Amsterdamse Muziekgebouw een kleine wereldpremière plaats: nog nooit werden er drie ‘eerste versies’, Originalfassungen, van symfonieën van Anton Bruckner (1824-1896) in één weekend opgevoerd. Nu is het zover en komt het langetermijnproject van initiator Frank Teunissen eindelijk tot een welverdiende climax op Ongehoord Bruckner.

Frank, waar komt jouw liefde voor Anton Bruckner vandaan?

Muziek is voor mij altijd een liefhebberij geweest, in de zin dat ik zelf geen musicus ben. Het begon dus gewoon met cd’tjes draaien, al van jongs af aan, ook van Bruckner. Eigenlijk opmerkelijk, want het is geen muziek om vroeg mee te beginnen: zwaar, breed en volgens velen wat langdradig. In mijn pubertijd had ik een periode waarin ik werkelijk alles kocht van Mahler en Sjostakovitsj, maar die zijn een beetje weggeëbd. Ach, ik houd van nog zo veel andere componisten, maar Anton Bruckner blijft altijd terugkeren.

Wanneer kwam je in aanraking met waar het op dit festival om draait: de befaamde ‘eerste versies’ van Bruckners symfonieën?

Het moet ergens in de jaren negentig zijn geweest dat ik een cd kocht van Eliahu Inbal met zijn uitvoering van de vierde symfonie. Ik merkte echter pas dat het om een andere versie ging toen ik hem opzette. Wat raar, dacht ik, toen er opeens een heel ander Scherzo klonk! Het ging dus niet zomaar om een harmonietje of dynamiekje – de opzet en structuur was echt anders. Ik ging er vervolgens op letten, en vond het raar dat die vroege versies vrijwel nooit werden uitgevoerd. Er gingen jaren overheen tot ik dacht: moet ik daar zelf niet eens een keertje wat aan doen? Dat is dus inmiddels tien jaar geleden…

Waar begin je als je zo’n project aan de man wil brengen?

De eerste keer dat ik belde was in 2009, naar het Concertgebouw. Ik legde mijn plan voor om de oerversies van symfonieën 3, 4 en 8 te spelen. Nederland is namelijk een ‘Brucknerland’ en het Concertgebouworkest wordt in een adem genoemd met Mahler en Bruckner. Toen kreeg ik eigenlijk alleen maar tegenwerpingen waarom het niet zou kunnen. Dat vond ik een wat merkwaardige reactie!

Maar je liet je niet meteen uit het veld slaan.

Mijn volgende stap was proberen om de dirigenten zelf warm te maken voor mijn plan. Dat ben ik dus gaan doen, gewoon door na afloop van concerten naar de dirigentenfoyer te gaan. Letterlijk op audiëntie, bij zo’n dirigent die nog helemaal bezweet was van de inspanning. Zo heb ik denk ik vijftien tot twintig dirigenten gesproken en iedere keer de vraag gesteld: zou u niet eens een eerste versie van Bruckner willen doen? Een beetje naïef misschien. Toch kreeg ik veel nuttige en leuke reacties, bijvoorbeeld van Sir John Eliot Gardiner. Hij zou het wel willen doen, maar zijn vrouw kon de muziek niet uitstaan! Hij zou echt iemand zijn die Bruckner weer wat nieuw leven zou kunnen inblazen.

Met interesse in de dirigentenfoyer zijn we natuurlijk nog niet bij een driedaags festival…

Dat was inderdaad niet voldoende. Dus ging ik ook langs festivals. Iedereen maakte het heel moeilijk, het zou te veel geld kosten en men durfde het gewoonweg niet aan. Ook ging ik langs Boudewijn Berentsen van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Niet de zaal waar je meteen aan denkt vanwege Bruckners grote bezettingen. Maar er was meteen een klik en Boudewijn wilde het al snel oppakken. In 2014 was het hele project opgezet met het Orkest van het Oosten, tot dit orkest in zwaarder financieel weer terecht kwam. Gelukkig ging ik enkele jaren later terug naar Boudewijn en besloten we hetzelfde maar dan met drie orkesten te proberen. Toen is het snel gegaan. Zo staan in november het Gelders, Residentie- en Noord Nederlands Orkest op het podium. Een enorme bevalling!


En zo kan je Bruckner eindelijk wat nieuw leven inblazen. Is dat zo hard nodig?

Hij moet absoluut worden afgestoft. De vorige generatie dirigenten is hem steeds langzamer gaan spelen, mede onder invloed van de haast heilige Brucknerinterpretator Sergiu Celibidache. Maar ik vind zo’n Adagio van 33 minuten niet om uit te houden. Het probleem is dat men de klanken zo mooi vindt dat men de muziek oprekt tot alle structuur en tempo eruit verdwijnt. Ook kan je zoeken naar meer transparantie door een kleinere bezetting. Sir Roger Norrington, pleitbezorger van de ‘authentieke uitvoeringspraktijk’, vind ik daarom zo’n interessante Brucknerdirigent. Over hem wordt gepraat alsof het een soort crimineel is, maar het is op zijn mínst een verfrissende kijk op de muziek. Die Originalfassungen zijn sowieso spontaner en bevatten veel meer edgy randjes. Ze bevatten Bruckners meest moderne muziek.

Kan je eens wat verschillen tussen oud en nieuw eruit lichten?

Het laatste deel van de Vierde is in de bekende versie heel plechtig, als een soort gebed. Typisch Bruckner dus, en overigens óók heel mooi. In de Originalfassung is het echter een gevecht dat naar het einde toe rent. Dat gaat wel in tegen het idee van Bruckner als de ultieme devoot. Dan heb je nog een ander schitterend verschil, in deel een van de Achtste. In de versie die iedereen kent tikt de muziek rustig weg als een klok. Als iemand die doodgaat, volgens Bruckner zelf. Maar in de oerversie duurt dat stuk twee maten korter, gevolgd door een pauze en dan anderhalf minuut extra met vól orkest. Een dieseltrein die er nog even overheen dendert! Ik sprak erover met dirigent Martin Sieghart, die op het festival die Achtste zal dirigeren. Hij moest nog elke dag aan het ‘nieuwe’ einde wennen, vertelde hij me. Hij heeft de bekende versie dan ook al 37 keer opgevoerd!

Wat maakt Bruckners muziek in het algemeen zo modern?

Ik zie zijn muziek altijd een beetje als a-temporaal: buiten de tijd waarin het gecomponeerd is. Het moet als heel alternatief hebben geklonken. Het is eigenlijk een opstap naar veel moderne muziek. Dat werd toen niet altijd op waarde geschat: men dacht bijvoorbeeld dat bepaalde harmonieën foutjes bevatten. Met terugwerkende kracht blijken die allemaal precies te kloppen. Ook nu nog wordt Bruckner trouwens vooral geassocieerd met de late romantiek. Toch stelt dirigent Eliahu Inbal dat de moderne muziek waarschijnlijk eerder was ingezet als Bruckners eigen oerversies al tijdens zijn leven waren uitgegeven en gespeeld.

Een silhouet van Bruckner (rechts) samen met Richard Wagner, aan wie hij zijn derde symfonie opdroeg.

Waarom is Bruckner zo uitgebreid aan het schrappen en herschrijven geslagen?

Hij is nooit een muzikale intellectueel als Mahler en Wagner geweest. Dus toen zijn werk op tegenstand stuitte drukte hij niet zijn zin door, maar koos hij voor pragmatisme. Bruckner herschreef zodat zijn symfonieën tenminste gespeeld zouden worden. Misschien is hij daar wel te makkelijk in geweest. Vrienden van hem waren verrukt door zijn muziek maar dachten tegelijkertijd dat ze het wel beter wisten en sloegen zelf aan het schrappen. Dat gebeurde nog lange tijd: Otto Klemperer heeft in een opname uit de jaren zeventig nog minuten uit de partituur van de Achtste gehaald.

Er wordt Bruckner vaak een gebrek aan ruggengraat verweten.

Ik denk niet dat hij echt zo weinig zelfvertrouwen had als wel wordt beweerd. Eerder teveel pragmatisch, te weinig principieel. Dat moet wel onwaarschijnlijk pijnlijk zijn geweest. Hij heeft gehunkerd naar bevestiging. Dat speelde natuurlijk ook mee in mijn motivatie om die muziek te willen laten klinken.

Je praat behoorlijk persoonlijk over Bruckner.

Er is zeker een band tussen ons ontstaan. Dat merk ik ook aan mijn reactie als mensen zich wat neerbuigend uitlaten over hem of die vroege symfonieën. ‘Jij kent hem helemaal niet!’ denk ik dan. Ik voel me dan echt als zijn vertegenwoordiger. En dat is ook nodig: er is nog veel onwetendheid als het gaat om die Originalfassungen, zelfs bij dirigenten. En in Nederland zijn ze op één uitzondering, nog nooit uitgevoerd! Het is mooi dat er een jonge generatie dirigenten is die het zo oppakt. Nicholas Collon heeft nog nooit Bruckner gedaan en begint bij ons meteen met zo’n eerste versie. Ik denk dat het iets kan opleveren als je er met een frisse blik naar kijkt. Ja, Anton Bruckner zou dit festival heel gaaf hebben gevonden. Zonde dat de man deze muziek zelf nooit gehoord heeft.

Klik hier voor meer informatie en kaarten

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

120 mensen
gingen je voor!
(en 1 konijn)