Een nuchtere Hollander in Catalonië

Door Stijn Voet

Over enkele dagen geeft pianist Caspar Vos (1988) een concert voor 24chambers. Ik sprak hem een paar weken terug in het Conservatorium van Amsterdam. Caspar wacht me op achter de draaideuren. ‘Vind je het goed als ik nog even koffie en een broodje haal? Ik heb nog niet geluncht.’ Op de entresol van de kantine vinden we een rustige tafel waar we praten over het zwarte gat, Spaanse muziek en onbevangen luisteren.

Nog voordat ik mijn eerste vraag heb kunnen stellen raken we verwikkeld in een gesprek over moderne technologie en de toekomst. Vos heeft pas het nieuwe boek van Stephen Fry gelezen, Mythos, waar hij gepassioneerd over vertelt. ‘Misschien wordt mijn optreden voor 24chambers wel een praatconcert, en raak ik die hele piano niet eens aan!’ sluit hij af.

Na het Conservatorium
Zoals gezegd zitten we in het mooie gebouw van het Amsterdamse Conservatorium. Waren er sentimentele redenen om juist hier af te spreken? ‘Nou, vooral praktisch. Ik had hier net ook al een afspraak…’ Ik vraag het omdat Vos hier zelf is afgestudeerd, alweer vier jaar terug. Heeft hij nog wel eens heimwee? ‘Nee. Na mijn afstuderen was het nog wel eens lastig. Je zit in een systeem met een structuur: je hebt lessen, je hebt huiswerk en verder hoef je zelf niet zoveel te bedenken. En dan ben je opeens afgestudeerd.’

Caspar noemt die periode ‘het zwarte gat’. Je diploma is binnen en je staat op eigen benen. Ook financieel. ‘Daarvoor hang je nog lekker in je studiefinanciering.’ In die periode leerde Caspar zichzelf goed kennen. ‘Ik kreeg echt een spiegel voorgehouden en dan leer je veel meer over jezelf dan tijdens vier jaar op het Conservatorium.’

Na vier jaar heeft Caspar zijn eigen leven, en daar speelt het Conservatorium geen rol meer in. Of toch, een beetje. Caspar is hier vandaag voor Podium Witteman, waar hij werkt als scout voor jong talent. ‘Dan kom ik hier weer aankloppen: kunnen jullie me een beetje op de hoogte houden? Dan ben ik toch nog terug, maar in een andere gedaante.’

Dus spelen we samen, niet alleen
Vos kent enkele muzikale gedaantes. Naast concerten geeft hij ook les, werkt hij voor festivals en zogezegd voor Podium Witteman. ‘Ik programmeer bijvoorbeeld een festival voor jong talent op Schiermonnikoog. Dat vind ik hartstikke leuk, zeker het vele contact met de musici.’ Samenwerken in de muziek loopt centraal door Caspars ondernemingen. ‘En niet alleen met musici, ook met een filosoof, of beeldend kunstenaars. Dingen doen, elkaar inspireren, en dat delen met een publiek’.

De jonge pianist heeft nooit de ambitie gehad puur solist te worden. ‘Dan kan je ook niet tien andere dingen heel intensief doen.’ Hij trekt een vergelijking met de medisch specialist. Die weet misschien alles van het hart, maar niet zoveel van bijvoorbeeld de lever. ‘En ik ben geïnteresseerd in het hele lichaam.’

Ook de eenzaamheid van het solistenbestaan trekt Caspar niet erg. ‘Vorig jaar deed ik een tour door Nederland. Dan ga je naar alle uithoeken van Nederland – maar helemaal alleen.’ En als pianist zit je al zo vaak in je eentje achter de piano. ‘Tegen jezelf te praten, op jezelf te schelden.’ En dat is niet Caspars pakkie an. ‘De mens is helemaal geen solodier, wij leven in kuddes’, zegt Caspar stellig.

Een persoonlijke eerste CD
Dit jaar kwam Caspars CD-debuut uit, Ego, vol met muziek van de Russische componist Nikolaj Medtner (1880-1951). ‘Daar zat ik heel erg tegenaan te hikken, want het zat al zo lang in mijn hoofd. Juist met deze specifieke muziek, die droeg ik al mijn hele muzikale carrière met me mee.’

Caspars geschiedenis met de Rus begon zo rond zijn zeventiende. ‘Ik kwam met Medtner in aanraking via Rachmaninov. Dat was op jonge leeftijd een van mijn helden.’ De twee componisten waren tijdens hun leven ook vrienden en wisselden muziek en adviezen uit. De muziek wordt wel eens met elkaar vergeleken. ‘Maar Medtner heeft ook z’n eigen taal, en niemand speelde het bovendien. Als het onder een stoffige laag ligt word ik meteen nieuwsgierig…’

Caspar had geluk met zijn toenmalig pianodocent Frank Peters, een kenner en liefhebber van de Russen. ‘Die had een boekenkast vol partituren. Het was moeilijke muziek en ik raakte er volledig door gefascineerd.’ Op een of ander ‘dark forum’ downloadde Caspar een opname van Medtners Nachtwindsonate gespeeld door Boris Berezovsky. ‘Het vetste stuk ooit. Dat zou meegaan naar een onbewoond eiland!’

Caspar besloot het stuk te willen spelen tijdens zijn eindexamen. Het werd hem van alle kanten afgeraden: te moeilijk, mensen zouden het niet begrijpen. ‘Maar ik geloofde erin en mijn eindexamen was een groot succes. Dat was wel een persoonlijke victory.’

Maar bij gedachten aan een CD-opname kwamen heel veel twijfels kijken. ‘Wie zit er nou te wachten op een CD van Caspar Vos, en dan ook nog deze muziek? Dat stemmetje zorgde er lang voor dat het niet gebeurde.’ Tot hij opnameleider Frerik de Jong van label 7 Mountain Records tegenkwam. ‘Ik voelde een soort common ground.’ Dat vertrouwen was essentieel tijdens de opnames. ‘Dus gaan we ook mijn tweede CD samen opnemen.’

Luister onbevangen!
Nog even terug in de tijd. Vorig jaar won Caspar Vos een mooie trofee: de publieksprijs van de Dutch Classical Talent Award. Hij kreeg de prijs voor zijn bijzondere concept: de zalen rondtrekken met een ‘programma zonder programma’. Ik speelde iets en vertelde daarna pas waar het publiek naar had geluisterd.’ De reacties vanuit de zaal waren meestal enthousiast. ‘Het is een andere luisterervaring. Je wordt sneller verrast.’

En als je het dán mooi vindt, dan is dat oprecht, zo legt Caspar uit. ‘Ik denk dat wij moeite hebben om een beetje los te laten. We willen weten waar we aan toe zijn. Maar juist de verrassende momenten blijven je bij!’ Daarbij is het ook een eerlijke kennismaking met de muziek. ‘Als je van tevoren een subjectieve mening van iemand anders krijgt, sta je er anders in.’

Caspar ervaarde het wanneer hij in vroeger dagen Medtner op het programma had staan. ‘Dan stond in de programmaboekjes: het is gecompliceerde muziek, minder toegankelijk, er is een getraind oor voor nodig…dan ben je toch al heel erg beïnvloed?’

De rust van Mompou

Voor 24chambers zal Caspar een programma spelen mét programma, en wel met de muziek die ook zijn tweede plaat zal vullen: werken van de Catalaanse componist Frederico Mompou (1893-1987). Muziek die Caspar ook al lang bij zich draagt. ‘Rond mijn zestiende kreeg ik een partituur van Iberia van Isaac Albéniz.’ Het was zijn eerste kennismaking met Spaanse muziek. ‘Als ik het hoor of speel gaat direct de zon schijnen. Ik zie het Spaanse landschap, ruik de chorizo…ik ben haast op vakantie!’

Caspar ging snel naar Bergman, de CD-winkel in Arnhem. Daar raadden ze hem een opname van Alicia de Larrocha aan. In een verzameldoos met acht CD’s zaten, naast Albéniz, ook stukken van Mompou. ‘Een groot contrast met de muziek van Albéniz. Die is supervirtuoos, hij gebruikte alles wat in een piano zit. Mompou streeft met weinig noten, maximale expressie na. Die totale rust, daar werd ik helemaal door gegrepen.’

Mompou studeerde in Parijs en werd ooit door een beroemde Franse criticus de enige ware discipel en opvolger van Debussy genoemd. ‘Hij heeft inderdaad een Frans tintje. Satie was ook een van zijn inspirators.’ Toch blijven zijn Spaanse roots aanwezig. Een van zijn bekendste werken zijn de Cançons i danses, allen gebaseerd op Spaanse volksmelodieën.

In die periode begon Caspar met lessen bij de bekende pianodocent Jan Wijn. ‘Die had zelf bij De Larrocha gestudeerd en is een groot liefhebber van de Spaanse muziek.’ Vanaf dat moment dook Caspar er volledig in. Zijn medestudent Thomas Beijer deelde zijn passie. ‘Samen hadden we het er wel eens over: waarom zijn wij als nuchtere Hollanders zo vol van de zuidelijke muziek?’

Daar was geen antwoord op te geven. ‘Dat is vaak juist de sleutel: je moet er niet met je intellect doorheen gaan zitten wurmen.’

7 november 2018

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

120 mensen
gingen je voor!
(en 1 konijn)