Gemiste Sterren – Joseph Boulonge Chevalier de Saint-Georges

Door 24classics

In de zesdelige podcastserie ‘Gemiste Sterren’ gaan presentator Floris Kortie en Orville Breeveld op zoek naar onterecht vergeten zwarte componisten binnen de klassieke muziek. Waarom heeft men nauwelijks van hen gehoord? Zouden zij niet een plek verdienen tussen de bekende namen als Mahler en Stravinsky op het balkon van Het Concertgebouw? In elke aflevering staat één componist centraal, in de sociaal-historische context van zijn tijd. Welke muziek is vergeten, en waarom? Wat is er zo goed aan die muziek en welke verhalen hangen er omheen? Vanaf 6 mei kun je elke week luisteren naar een nieuwe aflevering via nporadio4.nl of in je favoriete podcast-app!

Online vertellen we je graag alvast wat meer over de componisten te beginnen met de componist uit aflevering 1: Joseph Boulonge Chevalier de Saint-Georges!

Joseph Boulogne Chevalier de Saint-Georges (25 december, 1745- 12 juni, 1799)
Joseph Boulonge Chevalier de Saint-Georges wordt vaak de Zwarte Mozart genoemd, wat een hele verkeerde bijnaam voor deze componist is. Het is net als wanneer je Michael Jackson de Zwarte Elvis zou noemen. Sterker nog, Mozart keek als tiener op naar de grote Saint-Georges in het Parijs van voor de Franse Revolutie. Saint-Georges was 11 jaar ouder dan Mozart en het schijnt dat de bewondering die Mozart genoot ook gestoeld was op een diepe jaloezie. Saint-Georges was de virtuoze sterviolist, componist en dirigent en belichaamde een charismatisch, vernieuwend elan voor de populaire muziek van die tijd. Maar vooral benijdde Mozart Saint-Georges om zijn veelzijdigheid als componist en de immense populariteit die hij genoot. Mozart was eerder de witte Saint-Georges!

Vergelijkingen met andere componisten zijn vaak een instrument om deze, voor het tegenwoordige publiek nog onbekende namen, in een context te plaatsen. Of zeker in het geval van zwarte componisten, de onbekende componisten, van een waarde-keurmerk voorzien. Dat maakt deze reis door het verleden tegelijkertijd ook schurend en soms pijnlijk, omdat op de een of andere manier deze namen in het moderne denken niet op zichzelf kunnen staan.

Een martelaar als superheld tegen ‘Code Noir’
‘Code Noir’ behelste de wetten die Frankrijk invoerde als het gaat om de inferioriteit van mensen van Afrikaans komaf, met name in de overzeese koloniën als Guadeloupe, waar Joseph Boulogne was geboren als buitenechtelijk kind van zijn vader George Boulogne, een vermogend planter. ‘Code Noir’ was een product van de Verlichting waarbij, geïnspireerd door denkers als Voltaire, zwarte mensen in Frankrijk en in de koloniën per definitie inferieur werden verklaard. Zwarte mensen mochten niet trouwen, mochten niet ondernemen en waren altijd bezit of onder het toezicht van witte particulieren of instituten. George Boulogne reisde met zijn echtgenote en kinderen, inclusief zoon Joseph af naar Frankrijk omdat vader George in Guadeloupe veroordeeld was voor moord (n.a.v. een vechtpartij met Le Vanier St Robert) en het niet veilig was om daar te blijven. 

De 7-jarige Joseph kwam op een kostschool terecht en ondervond veel discriminatie en pesterijen. Vader George zag in dat zijn zoon Joseph alleen in het racistisch gesegregeerde Frankrijk zou kunnen overleven als hij over superkrachten zou beschikken. Alleen dan zou hij enigszins door de maatschappij geaccepteerd worden. Zodoende leerde vader George zijn zoon de basics van de schermsport. Schermen was onder de Franse elite en families op machtige posities de belangrijkste sport. Zijn vader ontdekte al gauw dat Josephs schermtalent bijzonder was en bracht zijn zoon onder supervisie van schermmeester Nicolas Texier de La Boussiere. Na intensieve training van soms wel zes tot negen uur per dag won Joseph wedstrijd na wedstrijd. De ochtenden waren gereserveerd voor school en vanaf het middaguur oefende Joseph in een trainingslokaal. Vooral opvallend was het dat Joseph het als 15 jarige won tegen volwassen kampioenen zoals Alexandre Picard, een kampioen van destijds. Die wedstrijd was zwaar politiek beladen en voor- en tegenstanders van de slavernij en ‘Code Noir’ stonden recht tegenover elkaar. Tegenstanders, weliswaar in de minderheid, moedigden Saint-Georges aan. Onbedoeld belandde Joseph Boulogne zo jong al in een politieke strijd. Na de winst tegen Picard kreeg Joseph van zijn vader een paard en wagen waarmee hij voortaan door de straten van Parijs reed zoals andere welgestelde Parijzenaren. Overal waar hij kwam kreeg hij opmerkingen, applaus of een vervelende sneer van afgunstige mensen. 

Toen Saint-Georges schermkampioen werd en in 1766 afstudeerde aan de Koninklijke Polytechnische Academie van Wapens en Paardrijden kreeg hij van Lodewijk XV de titel: ‘Gendarme du Roi’ (Officier van de konings bodyguard) en chevalier. Sindsdien stond hij bekend als Chevalier de Saint-Georges. Naast schermen blonk hij ook uit in zwemmen, boksen, atletiek en schaatsen. Deze sportcarrière maakte van hem de ‘Chevalier’ en een internationaal geroemd figuur. Naar verluidt had hij wel een kinderwens en als schermkoning wilde hij maar al te graag een vrouw ontmoeten waarmee hij iets kon opbouwen. Echter zat ‘Code Noir’ hem daar in tegen. Als Fransman van Afrikaanse origine mocht hij niet trouwen. Toch werd hij zo nu en dan uitgenodigd op high-society feestjes en stond hij bekend om zijn danskwaliteiten. 

De virtuoos
Sommige bronnen stellen dat de kleine Joseph op Guadeloupe op zijn zesde viool leerde spelen van de vastgoed-consultant van zijn vader. Later in Frankrijk pakte hij zijn viool weer op, maar leerde zichzelf ook de klavecimbel spelen. Vader George merkte dat Joseph naast zijn schermlessen ook, wellicht in een lagere frequentie, tevens vioollessen kon gebruiken. Alles wat zou bijdragen aan zijn vorming en het ontwikkelen van zijn talent. Een sterviolist, Jean-Marie Leclair, werd door vader George ingeschakeld als zijn zoons eerste serieuze viooldocent. In memoires schreef Leclair over hoe hij onder de indruk was van de stappen die Joseph maakte met zijn vioolspel. Joseph was bijna neurotisch gedisciplineerd en zorgde dat hij naast zijn schermtrainingen dagelijks intensief viool studeerde. In deze eerste jaren sloeg hij geregeld zijn nachtrust over en volgens de bronnen moest zijn vader geregeld ingrijpen zodat Joseph ook een keer een goede nachtrust kreeg.

Een voor die tijd gerenommeerd dirigent en componist Francois-Joseph Gossec hoorde van het viooltalent van Joseph en raakte extra geïntrigeerd door de achtergrond van Joseph. Omdat Joseph al op vrij jonge leeftijd startte met componeren en de al vroege virtuositeit van het wonderkind zichtbaar werd, bood Gossec Joseph een aantal lessen aan. Francois Joseph Gossec, die tevens dirigent was van Le Concert des Amateurs (een orkest van professionele musici aangevuld met aanstormende talenten) nodigde Joseph uit om als solist in het orkest deel te nemen. In 1773, toen Gossec afscheid nam van Le Concert des Amateurs, nam Saint-Georges het stokje over als dirigent en eerste violist. Gossec schreef ook diverse stukken voor Saint-Georges.

De inmiddels schermkampioen en geridderde Chevalier de Saint-Georges trok met zijn orkest volle zalen. Iedereen wilde de donkere, dirigerende violist zien spelen. Met zijn charismatische uitstraling en weergaloos vioolspel groeide zijn fanbase. De jaren 70 van de 18e eeuw betekende doorbraak voor Saint-Georges en in deze jaren vergaarde hij zijn popsterren status. Diverse componisten als Carl Stamintz en Avolio droegen werken aan hem op. Vrouwen waren opvallend oververtegenwoordigd in zijn publiek en een bron stelt dat zijn concerten interactief waren. Het publiek deinde mee met zijn werken en zijn performance was steeds intens, swingend en hypnotiserend. In deze periode schreef Saint-Georges diverse vioolconcerten, liederen, sonates, symfonieën opera’s en een genre waar Chevalier de Saint-Georges furore mee maakte: de symfonie-concertante. Ook waren Saint-Georges en Gossec de eerste Franse componisten die het strijkkwartet schreven. In 1781 werd het Concert des Amateurs opgedoekt vanwege het gebrek aan sponsoren. Saint-Georges benaderde een van zijn grootste fans en vertrouwelingen, Hertog Philipe D’Orleans, om het orkest nieuw leven in te blazen en begunstigers eraan te verbinden. Zo werd Le Concert Olympique geboren. Ook de Oostenrijkse componist Franz Joseph Haydn schreef in deze periode zes symfonieen voor Saint-George zijn orkest. Dit waren de zogenaamde ‘Parijs-symfonieën’. Haydns werken en Saint-Georges stukken bleken perfect te combineren tijdens de afgeladen concerten. 

In 1776 werd Saint-Georgse op het hoogtepunt van zijn populariteit gevraagd of hij dirigent en directeur van de prestigieuze Koninklijke Opera Parijs en de daaraan verbonden academie wilde worden. Dit stuitte bij een groep invloedrijke vrouwen op tegenstand. Die schreven, na benoeming van Saint-Georges als dirigent en directeur, in een petitie aan koningin Marie Antoinette dat zij nooit de orders van de mulat zullen opvolgen en haar met klem verzochten om Saint-Georges te ontheffen van zijn functie. Dit was een enorme teleurstelling voor Saint-Georges en raakte hem diep. Saint-Georges was in deze periode kind aan huis bij Lodewijk XV en in het bijzonder had hij een bijzondere band met Marie Antoinette. Volgens sommige bronnen ging deze relatie verder dan een bijzondere vriendschap. In 1779 gaf Saint-Georges Marie Antoinette tevens muzieklessen. 

De vrijheidsstrijder: Société des Amis des Noirs
Saint-Georges werd in de vroege jaren 80 van de 18e eeuw vaak uitgenodigd in Engeland voor concerten. Via zijn goede vriend Hertog Philip D’Orleans, die tevens streed tegen de slavernij, leerde hij diverse abolitionisten kennen in Engeland. In Engeland maakte hij kennis met een strijdlustige gemeenschap van zwarte Engelsen en abolitionisten die vaak naar zijn concerten kwamen. Zo richtte Saint-Georges de Société des Amis des Noirs op. Saint-Georges organiseerde diverse bijeenkomsten in Engeland en door zijn populariteit als musicus en sportman kreeg die societeit veel aandacht. Ook negatieve aandacht. In 1790, met zijn viool in zijn hand onderweg naar een concert in Engeland, werd hij in de avond aangevallen door een man met een pistool. Saint-Georges als professioneel schermer en vechter wist zich met succes te verdedigen. Echter kwamen er nog vier mannen tevoorschijn die hem ook begonnen aan te vallen. Hij kwam er met lichte verwondingen van af en de mannen waren geen partij voor Saint-Georges. Vermoedelijk waren dit rechts extremisten die Saint-Georges vanwege zijn Société des Amis des Noirs in de gaten hielden. Saint-Georges, geïnspireerd door zijn sociëteit ontwikkelde ook een drang om in zijn thuisland Frankrijk zich in te zetten voor gelijke rechten voor zwarte mensen. 
 
Kolonel Saint-Georges
Toen de Franse Revolutie in 1798 uitbrak werd Saint-Georges opgeroepen om deel te nemen in Nationale Garde, vanuit Lille. Hier vocht hij als kolonel met zijn Legion de Saint-Georges tegen diverse troepen, waaronder Oostenrijkse troepen die eigenlijk groter waren in aantallen. Toch won Saint-Georges steeds met zijn legioen bestaande uit uitsluitend zwarte militairen, veelal overgebracht uit Haïti en Guadeloupe. Het legioen vocht vrijwillig tegen een groot aantal tegenstanders en was vanuit Lille een belangrijke kracht in het redden van de republiek Frankrijk. Na de Franse revolutie werd Saint-Georges vanwege zijn banden met de oude-Franse elite alsnog gevangengenomen. Op verzoek van een comité, na lobbyen door enkele van zijn vrienden, werd hij in 1795 na een jaar weer vrijgelaten. Na zijn vrijlating in 1797 werd hij dirigent van een nieuw orkest ‘le Circle de Harmonie’ waarmee hij tevens een groot publiek trok. Met name een concert in het Koninklijk Paleis werd een belangrijke mijlpaal. Saint-Georges kampte sinds zijn gevangenisstraf met een ernstige blaasinfectie waaraan hij uiteindelijk in 1799 overleed. 
 
Saint-Georges anno nu
Napoleon Bonaparte voerde tijdens de slavernij opnieuw in op de overzeese gebiedsdelen van Frankrijk en ook de ‘Code Noir’ werd nog strikter gehandhaafd. Ook Chevalier de Saint-Georges erfenis werd zoveel mogelijk teniet gedaan en is in de jaren daarna in vergetelheid geraakt. Veel van zijn werken zijn vernietigd en anno 2021 zijn er nog zo’n driehonderd werken, als partituur, intact gebleven. Vermoedelijk zijn er nog ergens werken verstopt. Volgens sommige kenners zou Saint-Georges zo’n 1100 werken hebben geschreven. De interesse voor zijn leven en oeuvre groeit de afgelopen jaren. Searchlight Pictures (Disney) is bijvoorbeeld bezig met een bioscoopfilm over het leven van Saint-Georges, geregisseerd door Stephen Williams.

De aflevering over Joseph Boulonge Chevalier de Saint-Georges is vanaf 6 mei te beluisteren! Luister ook naar onze ‘Gemiste Sterren’ playlist met muziek uit de podcast:

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

120 mensen
gingen je voor!
(en 1 konijn)