Componeren gaat van AU!

Door Jan Jansen

Mayke Nas kijkt me vragend aan wanneer ze de deur van haar Tilburgse huisje opentrekt. Ze zegt niets, verwacht van mij wellicht een verkooppraatje voor bijvoorbeeld een goed doel. Dat er iemand langs zou komen voor een interview, is de componiste schijnbaar vergeten. “Het stond wel in mijn agenda.” Niet gek, het is zondag.

Mayke Nas is eind vorig jaar tot Componist des Vaderlands benoemd. Ze maakt zich in die hoedanigheid hard voor de hedendaagse Nederlandse componist. Maar ze is zélf natuurlijk ook nog componist! En dat gaat niet altijd vanzelf. Of nooit, eigenlijk…

Het begint bij een vraag van een ensemble of een organisatie die een stuk wil hebben: “Er zit altijd iets in de vraag waarvan ik denk: wauw! Te gek! Dát ga ik doen!” Ze knipt met haar vingers alsof een idee zó geboren is. Maar dan begint het pas écht…

Muzikale omnivoor
Inspiratie haalt ze zelden in eerste instantie uit de muziek. Meestal haalt ze die juist uit het dagelijks leven. “Ik neem iets waarover ik mij verwonder. Kan ik dat vatten in een muziekstuk? Kan ik mij ertoe verhouden in geluid? GEEN IDEE! En dan ga ik op zoektocht.”

Dan begint een lang proces van leren, leren, leren. “Ik kan mij daar eindeloos in verliezen”, weet Mayke, “Als ik een idee heb, wil ik er meteen alles over weten.” Ze beseft dat dit ook haar valkuil is in het proces: “Ik doe steeds weer iets dat ik nog nooit heb gedaan. Ik ben in alles een beginner.” Dat dit alles uiteindelijk tot een muziekstuk moet leiden, is vaak een grote worsteling voor de componiste.

Componeren is crisis
Om toch tot een stuk te komen, poogt ze via een systeem te werken: “Als dit mijn onderwerp is, wat voor vorm past daar dan bij? En welk muzikaal materiaal? Hoe ga ik dat genereren? Dat is een soort van systeem voor mij. Maar daar houd ik mij nooit aan.” Mayke kan erom lachen. “Scheppen gaat van au.” Ze vertrekt naar de keuken voor thee. “Kruidenmix? Of nee… Ja, toch kruidenmixthee.”

Na een lange periode van onderzoek, waarin Mayke het daadwerkelijk componeren zo lang mogelijk uitstelt, moet ze op den duur toch écht aan de bak. De deadline lonkt. “Ik ga vaak door een diep zwart gat om iets te bereiken. Soms zelfs vaker dan eens. Dan denk ik: dit is gewoon ruk wat ik nu doe, hier kan ik niemand mee gaan lastig vallen.” Gelukkig weet ze zichzelf dan te troosten: “Ik heb dan blijkbaar zo’n moeilijk punt bereikt omdat ik iets ga doen wat ik nog nooit heb gedaan. Instinctief wil ik weg rennen. Maar dan moet ik juist doorgaan omdat ik bijna het resultaat heb bereikt waarnaar ik zoek.”

Ik kan dit helemaal niet
Het grootste crisismoment onderging Mayke toen ze werd gevraagd een compositie te schrijven voor het Schönberg Ensemble. “Dat was voor mij eigenlijk een stap te ver. Ik voelde het gewicht van de hoge kwaliteit, de geschiedenis van het ensemble en de goede componisten die mij voor gingen.” Mayke verstijfde totaal. “Bij iedere noot die ik bedacht, voelde ik Reinbert de Leeuw over mijn schouder meelezen en betuttelend nee schudden.” Ze imiteert Reinbert met een oud krakerig mannenstemmetje: “waarom die noot daar?”

Mayke heeft zich moeten vrij maken van alle druk. “Ik moest terug naar mijzelf: wat wil ik horen?” Met die vraag in het hoofd vroeg ze aan collega’s met welk geluid op de achtergrond zij componeren. “Want je componeert nooit in een stille ruimte.” Ze steekt haar vinger in de lucht waarmee ze subtiel om schijnbare stilte vraagt. “Je hoort de verwarming suizen. Je hoort mijn vriend boven muziek maken.” Ze ging opzoek naar het witte canvas van de componist en daarvan probeerde ze een stuk te maken. “Maar dat was héél moeilijk! Ik zat in complete angst: ‘ik kan dit helemaal niet. Waarom heb ik ja gezegd in godsnaam tegen het Schönberg Ensemble?’” Maar aan de andere kant dacht Mayke: “Ik wordt niet voor niets gevraagd dus kennelijk kan ik toch wel iets.”

De deadline was inmiddels verstreken maar ze mocht toch nog een stuk aanleveren voor het bevriende ASKO Ensemble. “Dat voelde al makkelijker voor mij, minder chique.” Mayke was ‘super blij’ dat ze haar stuk alsnog mocht maken. “Het was eerst niet gelukt dus toen dacht ik: dat gaat mij niet nog een keer gebeuren.” Het stuk is er uiteindelijk gekomen. “Ik moest mijzelf daarvoor helemaal binnenstebuiten keren, maar ik ben nog steeds trots op het resultaat.”
Ondertussen staat de thee al enige tijd te trekken zonder dat er koppen op tafel staan. “Dan wordt het moeilijk thee drinken”, merkt Mayke op. Ze staat op en haalt twee mokken. “Honing? Dat is lekkerder hoor.”

No reason to panic
Moet je door dat zwarte gat heen? “Ik hoop voor andere componisten dat er andere methodes zijn, maar bijna iedere collega van mij herkent dit wel. Het voelt toch waardevoller dan ‘ik schud iets uit mijn mouw. Ik weet niet wat het is maar het zal wel.”’ Aan de andere kant: “Het wil niet zeggen dat het een beter stuk oplevert. Het publiek weet niet wat de componist doormaakt. Die luistert er tien minuten naar terwijl ik maanden met dat stuk bezig ben geweest. Dat blijft een vervreemdend moment.”

Toch is componeren niet alleen maar struggelen: “Wat ik helemaal leuk vind is het uitvinden, uitzoeken en leren. En dat is gelukkig het grootste deel van de tijd. Dus componeren is overwegend leuk.” Mocht je als lezer nu super veel zin hebben zelf ook componist te worden dan geldt volgens Mayke het volgende criterium: “Je bent pas componist als je vader niet meer vraagt wanneer je nou écht werk gaat zoeken.” Voor Mayke was dat in 2006, toen ze een stuk voor het Concertgebouw Orkest voltooide. De titel, zeer toepasselijk: No reason to panic.

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

120 mensen
gingen je voor!
(en 1 konijn)