Steeds meer praten, minder luisteren

Door Micha Hamel

Luisteren en de daarbij behorende contemplatieve houding is de kern van de oriëntatie op zichzelf en op de wereld. Luisteren is een sensibele en sensibiliserende activiteit. Het faciliteert eerstens de conversatie met het innerlijk, en tweedens de conversatie tussen innerlijk en buitenwereld. 
          
Waar in de 18e eeuw muziek nog de functie van leverancier van affecten of decoratie had, komt in het late werk van Mozart een nieuwe figuur naar voren: die van het individu. Zijn werken worden polyfoner, en hij incorporeert tegenstemmen die de schematische vormvastheid van de toen courante hofmuziek veranderen in een weefsel van gevoeligheid. Deze ontwikkeling heeft een duidelijke parallel met het ontstaan van de moderne openbaarheid, die na de Franse Revolutie werd ontwikkeld, en die mutatis mutandis uitmondt in de structuur van de hedendaagse democratie. Immers, oude machtsstructuren werden omvergeworpen door een nieuwe klasse: burgers, individuen die hun eigen leven wilden inrichten, en die aanspraak maakten op hun persoonlijke groei.

Bij Mozarts opvolger Beethoven was muziek dan ook een artistieke expressie waarin een individu beluisterbaar wordt: een persoonlijke en emotionele stem, die, ingebed in dieptestructuren, te kampen krijgt met vormspanning, ironie, paradox en drama. Aldus werd het exploreren van de individuele gevoelswereld het nieuwe project voor componisten en luisteraars. Langs deze lijnen ontwikkelde zich gedurende de 19e eeuw een luistercultuur die het product en het bezit was van de burgerij, die naar de concertzaal kwam voor haar geestelijke verheffing. De cultuur van en rond klassieke muziek kan dan ook begrepen worden binnen de figuur van verheffing, die zich parallel aan de moderne democratie ontwikkelde, zo niet haar expressie was.
              
In de hedendaagse politieke en maatschappelijke werkelijkheid lijkt het steeds meer om praten te gaan, en steeds minder om luisteren. De meeste uitingen in de maatschappij zijn eenwegs, en confrontationeel ingericht. De overrompelende overtuigingstoon van het neoliberalisme heeft de openbaarheid veranderd in een arena van penetrant effectbejag, en heeft een hyperdemocratie van botsende meningen opgeleverd. In de agora van uitwisseling die de publieke ruimte haar waarde geeft is het luisteren en met name het beluisteren van tegenstemmen echter nog steeds zeer van belang, want een samenleving die enkel confrontationeel communiceert, is een samenleving waarin samenwerken onmogelijk is. Juist in het luisteren zelf ontstaat de overgang van het persoonlijke naar het politieke. De kunstvorm waarin dit bij uitstek terug te vinden is, is de klassieke muziek en het is hierom dat wij voor haar strijden moeten.      

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

120 mensen
gingen je voor!
(en 1 konijn)