
Opmaat
Luister bij het lezen van ‘Opmaat’ naar Fantasiestücke, Op. 73 van Robert Schumann.
Opmaat
’ T Liefst zou ik blijven hangen
in de opmaat
licht, onbeklemtoond
de kans dat alles nog alle kanten op kan kantelen
maar de opmaat is al ingepalmd
door al wat ooit eerder is bedacht
je vloeit eruit voort, rekent ermee af
de opmaat is een berg die je op moet
alvorens je, uithijgend op de kam
aan de overkant het verblindende wit ziet
onbeschreven, onbevlekt
elke betreding een overtreding
en net daarom zou ik alles doen
alles alles alles
desnoods meteen eindigen
alles, om maar niet te hoeven beginnen.
Luister bij het lezen van ‘Weet je nog’ naar Nocturne 1 van Mathilde Wantenaar.
Weet je nog
Dat toen we die nacht in dat park
dat park met het kasteel
het kasteel met de vijver
de vijver met de eendjes
de eendjes in de lage mist
dat toen we in dat kasteel
het ene verlichte raam zagen
het raam met die gordijnen
die weerspiegeld trilden in de vijver
alsof er zich iemand achter bewoog
die maar niet slapen kon
dat we onze kleren uitdeden
en ons voorzichtig lieten zakken
in het water en wilden zwemmen
naar het licht van die droomloze
kamer om te verdwijnen
en we verdwenen in de lege maan
de hoge mist
Luister bij het lezen van ‘Meer’ naar de Klarinet sonate van Johannes Brahms.
Meer
Tussen ons een meer
ik ken jou niet, jij kent mij niet
maar plots zijn wij beiden oevers
Het meer is uitgestrekt en diep
je ketst een keitje
het rimpelt tot bij mij
Kijk, zeg ik, daar zijn de zwanen
buig diep, zeg jij, dan zie je
de gezonken boot
Ik buig en zie hoe mijn weerspiegeling
langzaam schuift in die van jou
waar jij eindigt en ik begin
Wordt flou. Straks gaat ieder
weer zijns weegs maar nog even
zijn wij samen
meer

over Maud Vanhauwaert schrijft op haar website dat ze soms een xylofoonspeler had willen zijn, ‘zodat ze elke dag hout kon afkloppen.’ Ze is een schrijver en maker en zoekt naar speelse theatrale vormen om poëzie publiekelijk te maken. Met veel succes, Vanhauwaert heeft al meerdere prijzen op haar naam. Onder andere voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ (2011, uitgeverij Querido) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijs, voor haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig_’ (2014, Querido) de Hughues C en in mei 2020 verscheen Het stad in mij (Das Mag), dat werd bekroond met de Jan Campertprijs 2020.
Voor de voorstelling O, een Lyrisch Intermezzo brachten Jelmer de Moed, Rik Kuppen en Maud Vanhauwaert muziek en poëzie samen, waarvan we er een paar mochten publiceren.
Meer verhalen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke twee weken een nieuw verhaal in je inboxje.