martin_kohlstedt_24classics

10 vragen voor Martin Kohlstedt

Door Suzanne van Nimwegen

Op de planning voor de komende weken: zevenentwintig concerten op rij in negen verschillende Europese landen. Martin Kohlstedt, gelauwerd om zijn eclectische composities waarin klassieke piano en elektronische instrumentatie moeiteloos met elkaar versmelten, is on fire met de promotie van zijn nieuwe album FELD, dat eind deze maand uitkomt. Je hebt twee keer de kans om hem in Nederland te zien: op 6 april in het Concertgebouw in Amsterdam en op 22 april in het Muziekgebouw in Eindhoven. Middenin de hectiek van de PR tour weet de Duitse musicus, componist en producer een half uurtje voor mij vrij te maken. Van de stress die ongetwijfeld bij zo’n tour komt kijken, merk ik haast niets, wanneer Martin geduldig en vol aandacht ingaat op mijn nieuwsgierige vragen over zijn visie op muziek, zijn leven en zijn voorliefde voor de natuur.

1. Je komt uit een boswachtersfamilie. Hoe zien we dit terug in jouw werk, welke rol speelt de natuur in je muziek?
Ik ben opgegroeid in een klein dorpje in het midden van het Thüringerwoud in centraal Duitsland. Mijn vader, die boswachter was, nam me elke dag mee en heeft me alles geleerd over het bos. Zo vervelend als ik dit vond als kind, zoveel waarde hecht ik er nu aan dat ik zo’n inzicht en kennis heb meegekregen over dit ecosysteem. Eigenlijk is alles wat ik doe onbewust ingegeven door mijn verbondenheid met de natuur. In mijn werk is de natuur volledig ingebed. Het besef dat er in een bos, een oceaan of een sterrenhemel, entiteiten leven die zoveel ouder zijn dan wij zelf en zoveel langer zullen bestaan, maakt je nederig: je bent maar een klein stipje in het universum. En vanuit dat punt kan de creativiteit gaan stromen.

2. Om tegenwicht te bieden aan de klimaatverandering heb je vanuit het project “The Forest”, samen met je familie en andere vrijwilligers, al meer dan 3500 bomen geplant in het zuiden van het Thüringerwoud. Je hebt er kastanjebomen, rode eiken, esdoorns, beuken, Douglassparren en notenbomen geplant. Met welke boom identificeer je jezelf het meest en waarom?
De beukenboom. Met deze boom ben ik opgegroeid en die roept de mooiste herinneringen bij me op. Het is een typische, Midden-Duitse winterboom, zeer sterk, met een prachtige grijze kleur die in de herfst naar rood/bruin verandert. Tegenwoordig heeft deze boom het moeilijk vanwege de opwarming van de aarde. Overigens hebben we de combinatie van de bomen zo uitgekozen dat ze ook samenwerken, elkaar kunnen versterken. Ze gedijen goed bij elkaar. Misschien is het ook een overblijfsel van het Oost-Duitse socialistische denken, het idee dat ieder een kleine schakel vormt in een groter geheel. Maar zeker is dat deze samenwerking tussen nauwkeurig gecombineerde boomsoorten het ecosysteem sterker maakt.

3. Je werkt ook als soundtrack producer. Voor welke beroemde filmklassieker zou jij de soundtrack willen herschrijven?
Ik ben een echte science fictionfanaat, vooral gek op de oude films uit de jaren ’70 en ’80. Een van mijn all time favorites is de film Solaris, gebaseerd op het boek van Stanisław Lem, waarin een nieuwe wereld wordt beschreven die zich afspeelt op de fictieve planeet Solaris. In deze science fictionklassieker worden zoveel vragen gesteld, waarop zelfs de beelden geen sluitend antwoord kunnen geven. Er ligt dus een enorme taak voor de muziek om die niet-bestaande wereld compleet te maken, tot leven te brengen. Tijdens de reizen die worden gemaakt, in eindeloze ruimtes, tussen verleden en toekomst, tussen klein en groot, is de muziek voor de toeschouwer de belangrijkste gids. Er zou een droom uitkomen als ik voor zo’n film de muziek mocht schrijven.

Martin_Kohlstedt_24classics

4. Even over de titels van je nummers, hoe zit dat met die 3-lettercombinaties in hoofdletters?
Hierover zijn twee versies van uitleg mogelijk: de korte en de lange. Ik geef je de korte, want bij de lange hebben we twee flessen rode wijn nodig. Dus in het kort: het gaat erom dat ik niet de illusie heb dat ik als 35-jarige componist iets definitiefs, iets absoluuts kan zeggen over het leven. Niemand kan dit, wel te verstaan. In die lijn zijn ook al mijn composities werk in uitvoering, niets is ooit helemaal voltooid. Er is geen conclusie over wat mijn werk inhoudt of betekent. Die interpretatie mogen mensen er zelf aan geven. Daarom vind ik het heel belangrijk dat ik met een titel niet teveel richting geef, geen stempel druk op datgene wat ik naar buiten breng. De titels van mijn nummers en ook van de albums houd ik bewust cryptisch, waarmee ik de luisteraar de ruimte wil geven om zijn of haar eigen conclusies te trekken, een eigen beeld te vormen, een eigen narratief te ontwikkelen. En zo, geheel vrij van kaders en richtlijnen, de muziek op hun eigen manier en vanuit eigen perspectief te kunnen beleven.

Als kleine jongen bood de piano mij kalmte in een wereld die draaide om prestatiedruk op school en in sport. Ik speelde toen al voor mijzelf, zonder het doel om muziek te maken. Het aanslaan van wat akkoorden bracht mij in een meditatieve staat. Wanneer ik nu, als volwassene, het podium opga, heb ik ook nooit het idee dat ik daar zit voor de mensen. Daarom zit ik ook met mijn rug naar het publiek. Ik duik in de muziek, en het is een heerlijk gevoel dat mensen mij achterna willen duiken en kunnen genieten van wat ik maak. Ik heb dit nooit als doel nagestreefd. Maar als ik er al iets mee wil bereiken, is het alleen dat men zich vrij voelen om hun eigen duik te nemen en zo in contact komen met hun eigen gevoel.

5. Je bent geschoold als jazzpianist en mixt klassieke muziek met elektronische instrumentatie. Als ik de platenzaak binnenloop en vraag om je nieuwe album, in welk genre vind ik dat dan?
In ieder land waar ik ben geweest is er weer een ander idee over wat ik doe. In Rusland bijvoorbeeld zag men mij graag als een moderne Mozart, een hedendaagse versie van het oude elitaire beeld dat bestaat van klassieke musici en componisten. ‘De nieuwe generatie’ achter de piano. In het Verenigd Koninkrijk was ik de ‘jazz cat’’ en speelde ik in rokerige kroegen in Glasgow en Londen. En in Italië werd er weer meer gekeken naar mijn muziek als live elektronische act. Als we samen in die Amsterdamse platenzaak zijn, kun je me misschien helpen een mooi label te vinden, iets in de trant van “klassiek-moderne-intuïtief-met elektronische invloeden”.
Ik vind het juist leuk dat mijn muziek niet in een hokje te plaatsen is. Het past goed bij het fluïde concept en bij wat ik wil overbrengen, of juist niet wil overbrengen. Net als met die titels wil ik mensen de ruimte laten om hun eigen ideeën te vormen.

6. Sommige van jouw composities (zoals de samenwerkingen met Alex Hoevelmann en Christian Löffler) klinken vrij clubby, terwijl andere (bijvoorbeeld je soloalbums Nacht uit 2014 en Strom uit 2017) niet zouden misstaan onder een zen-meditatie. Waar ben je op vrijdagavond te vinden, in de club of op de yogamat?
Nu, na die akelige pandemie en met de lente voor de deur: in de club. Het voelt als een perfecte tijd om weer eens helemaal op te gaan in die muziek, de intensiteit te voelen, en waar ervaar je dat gevoel beter dan in de club op maximaal volume met gelijkgestemden om je heen? Mijn nieuwe album vraagt ook echt om die expressie, het wil naar buiten, onder de mensen beleefd worden. Voor mij is het heel afhankelijk van de muziek hoe die het beste ervaren kan worden. Al mijn muziekstukken zijn kleine wezentjes, met een naam en een persoonlijkheid. Soms zijn ze gek en extravert, soms zijn ze klein en stil. En het is maar net hoe je ze benadert, het stilste stuk kan soms het luidst klinken, afhankelijk van wie er luistert.

7. Zoals we kunnen zien aan alle verschillende samenwerkingen die je bent aangegaan, ben je superveelzijdig. Welke samenwerking is je het meest bijgebleven en waarom?
Dat moet die met singer-songwriter Douglas Dare zijn geweest, alweer wat langer geleden. Ik ontmoette hem voor het eerst op een klein festival in Duitsland. Ik lag op de vloer van het kerkgebouw waar hij a capella een lied zong en het raakte me enorm. Zijn stemgeluid was zo uniek. We raakten aan de praat en hij bleek te weten wie ik was, wat ik een enorme eer vond. Toen we later bij mij thuis aan een nummer gingen werken, ging dit heel intuïtief. Hij nam simpelweg mijn stuk EXA en bracht daarbij als vanzelf een tekst onder woorden. Het was anders dan gewoon een remix maken, we volgden elkaar zo natuurlijk en door de manier waarop zijn zang en mijn spel in elkaar klikten leek het alsof het stuk wel duizend jaar oud was, zo vertrouwd voelde het.
Klik hier om de uitvoering van EXA samen met Douglas Dare te beluisteren.

8. Tien jaar geleden kwam jouw eerste soloalbum uit. Hoe verhoudt FELD zich tot jouw eerdere werk?
Wat de soloalbums betreft heb ik altijd met dualismen gewerkt. Twee albums die elkaar opvolgen en aanvullen, vervolmaken, zonder de pretentie om ooit ‘af’ te zijn. De eerste twee waren Tag (2012) en Nacht (2014). Daarna volgden Strom (2017) en Ströme (2019). Strom is een ingetogen album, waar Ströme juist barst van de expressie. Na FLUR (2020) volgt nu FELD om samen de derde albumcyclus te vormen. FLUR is opgezet als een gang, van waaruit allerlei kamerdeuren open kunnen gaan. FELD is een beeld van de natuur, dat geen einde nodig heeft. Al deze duo-albums zijn verbonden en de stukken erop zijn altijd in beweging, als kleine modules die multi-inzetbaar zijn. Het gaat om het contrast tussen twee zijden. FELD is tot nu toe het meest intuïtieve album dat ik heb gemaakt, maar ik ga altijd intuïtief te werk. Ik doe een psychedelische sessie van twintig minuten op mijn instrument en probeer daarin dan de essentie te vinden. Daaruit vloeit uiteindelijk een nummer van slechts een paar minuten, waarin ik compleet eerlijk ben. Ik zie de nummers als foto’s, momentopnames van de muzikale reis die ik maak. Die breng ik uit, zodat ik aan de hand van het fotoalbum kan terugblikken op die nog immer voortgaande reis.

9. Wie is jouw held?
Mijn grootvader, Lothar. Niet omdat ik het eens ben met al zijn ideeën – hij is best conservatief-  maar omdat hij altijd doet voordat hij denkt. Hij is een echte ‘maker’, hij onderneemt actie. Het boomplantproject is ook door hem geïnspireerd: in plaats van te gaan zitten zeuren over klimaatverandering, kun je ook iets doen, dat echt effectief is bewezen in de strijd daartegen. Mijn grootvader verspilt geen energie aan het incalculeren van de volgende stap, hij zet de stap gewoon. Soms zou je wel eens willen dat er misschien één gedachte vooraf ging aan een actie, maar de manier waarop hij intuïtief te werk gaat, vind ik enorm inspirerend. Hij heeft geen filter. Hij steekt letterlijk de handen uit de mouwen en gaat  binnenkort ook weer helpen met bomen planten.

10. Als je geen muziek zou maken, wat zou je dan doen?
Ik ben altijd heel geïnteresseerd geweest in de wereld van programmeren. Ik heb Media Art & Design gestudeerd aan de Bauhaus University. Als ik tijd zou hebben, zou ik daar mijn master afmaken. Ik zou meer AI-muziek maken, zoals de installatie die ik maakte voor het Burning Man festival in 2019. Dit was een zelflerende machine, die willekeurige invoer kon omzetten in allerlei soorten muziek: een koor, een perfect gepitchte toon. Zo’n machine is een heel rationele poging om intuïtie te vangen, wat niet mogelijk is, en juist dat maakt het zo intrigerend. Dat wat je programmeert, kan uiteindelijk slimmer worden dan jijzelf, en zich eindeloos blijven ontwikkelen. Precies zoals ik dat voel met mijn muziek, is AI iets dat nooit af is, en altijd in beweging. En net als mijn muziek werd mijn Burning Man installatie een eigen wezen, met een eigen naam en een eigen persoonlijkheid. Ze was bijna menselijk. Het lijkt me fantastisch om me vaker te begeven op dat raakvlak tussen mens en machine. Nu alleen nog de tijd ervoor vinden…

word ook Kleine Vriend
€4 per maand

meer dan 120 mensen
gingen je voor!